Het Onvindbare
(Fanny de la Sorgue)
(vertaald door Wobbe J. Houkes naar een lied van Renaud Séchan)

Fanny baadt zich nooit meer
in het water van de Sorgue
de rivier weent in zijn bedding
sinds zijn Fanny in ere is hersteld
nimmer meer zal de knapperd het water in gaan
al sedert 100 jaar verbergt ze zich
in de schaduw van een leuk schilderij
een aquarel dat een geliefde van haar maakte
en vanaf die tijd kan men dat zien
in een hoek aan de muur van een bistro
de ontblote kont van Fanny
die een mooi avontuur beloofd.

Aan de oever van de Sorgue waar Fanny
eens heen ging om zich te baden
glinsteren nu midden op de dag
onder de platanen de petanqueballen
of ik nu plaats of met geluk schiet
mijn ballen eindigen in het gras
ik zou beter kunnen doen maar moet zeggen
ik speel een beetje vals om te verliezen
om één keer in mijn leven
die goddelijke billen te eren
met een knie in de aarde verdorie
alsof men een mis opdraagt.

Wie is die idiote vrouwenhater
die hunkert naar een straf
schaamteloos belachelijk en onwaardig
die edele gemeenschap
die intimiteit dat ik mijn lippen
druk op deze kont
wat de nederlaag compenseert
die slechts schittert voor de verslagenen
maar mijn mening is dat deze stakker
verder gaat in zijn leven met bidden
op zijn knieën voor deze dame
tot ze hem een dergelijk gunst offreert.

In het land van Sorgues kan Fanny
zichzelf prijzen dat voor haar
een knie in de aarde werd geplaatst
door mij die voor een god noch meester
noch voor wet noch voor regel
die voor geen enkele autoriteit
nimmer zijn ruggegraat zou buigen
en zich nooit zou hebben overgeven
ik zal weer een voetval maken
gelukkiger en zonder schaamte zal ik
ooit voor een ander uiterste van je lijf
naar je toe komen kruipen Fanny.